Stappenmethode

Over

Er wordt gebruik gemaakt van de Stappenmethode van de KNSB. In vijf stappen, die in normale gevallen ieder tenminste één, vaak twee jaar in beslag nemen, word je van absolute beginner opgeleid tot een schaker met een rating van ongeveer 1200. Dit jaar experimenteren we met een tempo van 1½ jaar per stap, omdat voor veel kinderen 1 jaar te kort is. Elke stap wordt afgesloten met een examen. In principe moet je voor een stap geslaagd zijn voor je aan de volgende mag beginnen. Vanaf stap 3 wordt verwacht dat je huiswerk doet.
Voor de stappen 1 en 2 maken we ook gebruik van de opstap-boekjes en voor de stappen 2 t/m 4 ook van plus- en extra-boekjes.

‚Äč

Oefenen

Cor van Wijgerden, de man achter de stappenmethode, publiceert op zijn site stappenmethode.nl elke week 48 opgaven.
Voor elke dag (maandag t/m zaterdag) zijn er 8 opgaven. Die kun je zien door op de blokjes 1 t/m 8 te klikken. Nummers 1 t/m 6 komen overeen met stap 1 t/m 6, nummer 7 en 8 horen waarschijnlijk bij stappen die nog helemaal niet bestaan.
Je kunt met je muis de stukken op het bord verplaatsten, dus zetten. De computer antwoordt wat hij er van vindt: goed of fout. Met de pijltjestoetsen kun je terug en vooruit bladeren. Als je geen goede zet ziet, kun je spieken door op het vraagteken te klikken; het stuk waarmee je het beste kunt zetten wordt dan blauw.
De opgaven zijn niet altijd makkelijk, vooral omdat het thema er niet bijstaat. Het maakt nogal een verschil of je een mat in twee moet vinden, of een dubbele aanval om een stuk te winnen of de enige verdedigingszet tegen een dreigend mat. Als je nog bezig bent met een stap, zullen de opgaven vaak wel te moeilijk zijn. Maar dan kijk je gewoon één of twee stappen lager!